Introductie
(tekst: Peter Verhagen)
Deze stadsrivier is nu de trots van 's-Hertogenbosch maar in de zestiger jaren van de vorige eeuw dacht men daar heel anders over. In 1969 werd dan ook het besluit genomen om de"stinksloot" te dempen. Dankzij de krachtige stellingname tegen dit plan van o.a. Hein Bergé en Jan van der Eerden is men alsnog op dit voornemen teruggekomen en kon in 1973 met de restauratie worden begonnen.
In 1998 werd de restauratie grotendeels afgerond en nu, anno 2003, rest nog de openlegging van de Binnendieze onder de Keizerstraat (Coninxbrug).
De Binnendieze bestaat in zijn huidige vorm uit de volgende takken: De Groote Stroom - De Verwersstroom - De Vughterstroom - De Kleine Vughterstroom - Het Hellegat - De Kerkstroom - De Binnenhaven. In het onderdeel Plattegronden kunt u tekeningen vinden van de huidige en de vroegere situaties.
De in 2002 aangelegde nieuwe Kruisbroedershekel is opgenomen als onderdeel van de Kerkstroom. De Stadsgracht op zich is geen onderdeel van de Binnendieze maar omdat de gracht onderdeel uitmaakt van de vaarroutes over de Binnendieze heeft deze voor de volledigheid toch een plaats op deze website gekregen.
In het volgende gedeelte van deze introductie vind u beschrijvingen van de diverse takken van de Binnendieze. Deze beschrijvingen en de teksten onder de foto's zijn gemaakt door Peter Verhagen, voormalig projectleider van de Restauratiewerken Binnendieze en auteur van diverse publicaties hierover.
De Groote Stroom van Oude Dieze tot Binnenhaven
De Groote Stroom is de tak van de Binnendieze die loopt van het Voldersgat aan de Oude Dieze tot aan de aansluiting met de Binnenhaven ter plaatse van de Kalkbrug aan de Smalle Haven.
Op enkele overkluizingen na gelegen tussen de bruggen in de Nieuwstraat en de St. Josephstraat, heeft de Groote Stroom een breed en open karakter en is voorzien van een tiental overbruggingen. Met name op het gedeelte van de Binnendieze tussen de Louwsepoort en de Zusters van Orthenpoort zijn deze bruggen dominant aanwezig. Zij ontsloten vroeger grote kloostercomplexen waarvan de eigendommen zich uitstrekten van de Groote Stroom tot aan de noordelijke vestingmuur.
De oorspronkelijke brug bij de Oude Dieze dateerde uit 1670 en stortte in 172 totaal in. Nadat de brug herbouwd was functioneerde deze tot 1965 en werd toen, ten behoeve van het toegenomen verkeer van en naar de binnenstad, vervangen door een betonkoker afgedekt met een aarden wal waarbij tegelijktertijd het wegdek werd verbreed. In 1992 is deze constructie weer vervangen door een gemetselde brug.
Het gedeelte Binnendieze in de Casinotuin is het enige stuk van de Groote Stroom waar aan beide kanten nog een natuurlijk talud aanwezig is. De breedte van de Groote Stroom tussen de bochten bij de Hekellaan en de Zrs. van Orthenpoort doet vermoeden dat dit een in de 14e eeuw gegraven tak van de Binnendieze, vermoedelijk gegraven omdat men ophoogzand nodig had.
De Geerlingse brug wordt voor het eerst vermeld in 1368 en deze brug is in de loop der eeuwen regelmatig vervangen. In 1949 verkeerde de brug in zo'n slechte staat dat men het noodzakelijk vond deze te vervangen door een betonnen koker. Tijdens de restauratie in 1976 heeft men besloten om de betonnen koker te handhaven. Om de brug toch wat te verfraaien heeft men in 1997 aan beide zijden van de betonkoker enkele meters gemetselde toog aangebracht.
Bij de Waterpoort aan het Herman Moerkerkplein splitste de Binnendieze zich vroeger in de Stadsgracht (Gedempte Groote Stroom) en de Markstroom. De Marktstrrom stroomde toen tussen de torens van de Waterpoort in de richting van het plan Gertru.
De Groote Stroom wordt tussen de Waterpoort aan het Herman Moerkerkplein en de Geetruisluis bij het Water- en Vuurplein helaas onderbroken. De oorzaak van deze onderbreking is de sanering van de oude volkswijk "De Pijp" en de aanleg van het Tolbrugplein in de jaren 1962-1963 waarbij dit gedeelte van de Groote Stroom werd gedempt.
De Verwersstroom
Achter de aan de Verwersstraat gelegen panden stroomt de tak van de Binnendieze bekend als de Verwersstroom. De naam Verwersstraat is ontstaan omdat zich aan deze oorspronkelijk Colpertstraat geheten straat in de loop der tijd vooral veel lakenververs hebben gevestigd.
Onder de tuin van het pand Oude Dieze 13 lag een gemetselde toog met een lengte van ca. 17 meter die door de indringing van water en opgetreden vorstschade in een onstabiele toestand verkeerde. De situatie ter plaatse was dermate gevaarlijk dat van herstel van de toog moest worden afgezien. In plaats daarvan werden aan beide zijden van de Binnendieze nieuwe gemetselde grondkerende muren gebouwd met daartussen twee voetgangersbrugjes en twee steunberen.
Ter hoogte van het Volderstraatje is de enige plaats te vinden waar langs de Binnendieze een houten beschoeiing als grondkering fungeert. In verband met de zeer slechte toestand waarin deze beschoeiing in 1981 verkeerde is hier in het kader van de Binnendieze-restauratie in 1981 een nieuwe grondkering aangebracht van de duurzame en harde houtsoort azobé.
De Verwersstroom stroomt onder het plein voor het Gouvernementdsgebouw (thans Noord-Brabants Museum) door en is daar ca. 3,2 meter breed. De hardstenen gevel van het gebouw is rechtstreeks op één zijde van de toog van de Verwersstroom gefundeerd. De gemetselde toog heeft een lengte van 44,25 meter en dateert uit de tijd van de bouw van het Gouvernement.
Door het bouwen van togen waarop huizen werden gebouwd ontstond een gesloten huizenrij alleen onderbroken door kruisingen met de openbare weg. De Verwersstroom werd hierdoor te beginnen bij het Lombardje over een lengte van ca. 300 meter, met uitzondering van een klein stukje bij de Stoofstraat tot aan de Kruisstraat, geheel aan het zicht onttrokken.
Omdat in 1966 een aantal panden in de Snellestraat dreigden in te storten heeft men inderhaast een betonkoker onder deze panden aangebracht. In 1982 had men nog het plan om deze koker tijdens de restauratiewerken weer te verwijderen maar uit kostenoverwegingen heeft men hiervan helaas moeten afzien.
De Abtsbrug waarvan de oudst bekende vermelding uit 1466 dateert is door het ontstaan van bebouwing naast de brug in de 17e eeuw nog maar aan één zijde als brug te herkennen. De funderingen van de Abtsbrug zijn bij de restauratie van de Binnendieze hersteld.
De Vughterstroom
Bij de samenkomst van de Kleine Vughterstroom en het einde van de gedempte Parkstroom begint de Vughterstroom. Na enkele tientallen meters stroomt deze tak van de Binnendieze bij de Molenbrug onder de Vughterstraat door om, na een bocht naar rechts, zijn weg parallel aan de Postelstraat en de Kruisstraat te vervolgen.
De Molenbrug aan het begin van de Vughterstroom is als gevolg van de aan weerszijden van de brug ontstane bebouwing als zodanig niet meer herkenbaar, de vroegste vermelding van een brug op deze plaats dateert uit 1334.
In de Postelstraat stond tussen het Lamstraatje en de Capucijnenpoort tot 1976 een school en een internaatsgebouw van de zusters van de Congregatie van Jezus, Maria en Jozef. Dit complex liep door tot over de Vughterstroom waardoor de Molenstraat hier doodliep. De brbouwing op de Vughterstroom was over een lengte van 43,5 meter gefundeerd op een brede en hoge gemetselde overkluizing. De gemeente kocht een strook grond van de Congregatie en trok de Uilenburg door in de richting van de Capucijnenpoort.
Tijdens de reatauratie van de Binnendieze bleek vervolgens dat de lange overkluizing voor 90% gesloopt moest worden en werd tussen de wel gehandhaafde funderingen een nieuwe gemetselde toog aangebracht waarop de woningen Uilenburg 28 t/m 40 werden gebouwd.
In 1973 lag tussen de panden Uilenburg 18 en 20 nog een open strook grond van bijna 20 meter lengte met een talud naar de Vughterstroom die voornamelijk als vuilstortplaats werd gebruikt. Na reconstructie van de oorspronkelijke muur op de ter plaatse gevonden funderingsresten is hier een terras aangebracht compleet met watertrap, zitbanken en een jeu de boulesbaan.
De overkluizing van de panden Molenstraat 16-18 dateert blijkens een gevonden sluitsteen uit 1632. In 1973 was de toestand van de overbouwing zo slecht dat het te gevaarlijk werd geacht om er onder door te varen. Na het herstel van de fundering kon men tenslotte met de restauratie van de panden zelf beginnen en thans is dit waarschijnlijk een van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden van 's-Hertogenbosch.
Het pand "De Drie Kronen" op de hoek Korenbrugstraat-Molenstraat heeft een zijgevel van meer dan 30 meter lengte die op een langs de Vughterstroom gebouwde muur is gefundeerd. Op deze plaats is ook een opstappunt voor de vaarroutes over de Binnendieze gemaakt.
Na het passeren van de stuw bij de Vismarkt en het kruisen van de Visstraat mondt de Vughterstroom uiteindelijk uit in de Binnenhaven. De foto's zijn precies in de tegengestelde richting geordend om een aansluiting te krijgen met de vaarroutes.
De Kleine Vughterstroom
De Kleine Vughterstroom is gelegen tussen de Synagoge aan de Prins Bernhardstraat en de Vughterstroom. Voor de restauratie was deze tak van de Binnendieze vanaf de openbare weg niet zichtbaar.
Na het gereedkomen van de restauratiewerkzaamheden zijn er enkele mooie uitzichten op deze smalle en bochtige tak van de Binnedieze mogelijk geworden. De bouw van het nieuwe Stadskantoor tussen de Keizerstraat en het oude stadskantoor aan de Wolvenhoek maakte het mogelijk hier een gedeelte van de Kleine Vughterstroom open te leggen en dit opengelgde gedeelte in het bouwplan op te integreren.
Er bestaat thans nog de mogelijkheid om ook de oude Coninxbrug in de Keizerstraat weer in ere te herstellen.
Het Hellegat
Het Hellegat is de kleinste tak van de Binnendieze en heeft een lengte van niet meer dan 100 meter. Het is weliswaar de kleinste tak maar ook de tak die in de afgelopen jaren een spraakmakende reputatie heeft opgebouwd en waarover dan ook de meest vreemde verhalen de ronde doen.
De naam Hellegat zal aan deze reputatie niet vreemd zijn. Aangenomen wordt dat de naam Hellegat pas na 1884 is ontstaan toen de Binnendieze in de tuin van het Gouvernementsgebouw werd overwelfd waardoor een stuk Binnendieze ontstond waar totale duisternis heerste.
In 1966 stortte de toog onder de Statenzaal van het Gouvernementsgebouw in en verdween in de Binnendieze. Men heeft toen jammer genoeg besloten om het herstel niet in de oorspronkelijke toestand uit te voeren maar in plaats daarvan de gemetselde toog te vervangen door een betonconstructie, een van de wanden evenzo in beton te herstellen en tegelijktertijd de bodem van de Binnendieze te voorzien van een betonnen plaat.
Tijdens de restauratie van het Hellegat in 1994-1995 bleek dat de kosten voor het vervangen van deze in de zestiger jaren uitgevoerde betonwerken door metselwerk zo hoog werden dat hier helaas van moest worden afgezien.
In 1823 werd besloten tot de bouw van een Joodse Synagoge in de Prins Bernhardstraat. De Synagoge werd gesitueerd aan de noordzijde van de Binnendieze en voor de fundering werd deels gebruik gemaakt van de Binnendiezemuur ter plaatse. Toen in 1886 besloten werd tot uitbreiding van de Synagoge werd aan de zuidzijde een nieuwe muur gebouwd waarna de Binnendieze werd overwelfd en de uitbreiding boven deze overwelving kon plaatsvinden.
De fundering van de uit 1823 daterende noordelijke muur onder de Synagoge bleek tijdens de restauratie van 1994-1995 in zeer slechte staat te verkeren en moest dan ook in zijn geheel worden vervangen.
De Kerkstroom
De Kerkstroom begint bij de Kruisbroedershekel aan de Spinhuiswal en eindigt na slechts 115 meter bij de aansluiting met de Kleine Vughterstroom.
De naam van deze tak van de Binnendieze ontleent hij aan het feit dat deze onder de apsis van de in 1533 gebouwde kloosterkerk van de Kruisbroeders doorstroomde. Na een vergroting in de periode 1601-1609 is deze kerk in het begin van de 19e eeuw door een nieuw gebouw vervangen waarbij alleen het boven de Binnendieze gelegen gotische koor gehandhaafd bleef. De huidige naam van de kerk is eigenlijk Catharinakerk maar beide namen worden door elkaar gebruikt.
Tot de uitvoering van de restauratie in 1981-1982 was de Kerkstroom alleen zichtbaar vanaf de Spinhuiswal. Restauratie van dit gedeelte van de Binnendieze was dringend noodzakelijk omdat de muren en de toog bij de panden Kruisbroedersstraatje 15-17 in een zeer slechte en gevaarlijke toestand verkeerden.
De zijgevel van deze panden was gedeeltelijk gefundeerd op een betonplaat welke tevens diende als toegang tot de garage, deze betonplaat werd gesloopt waardoor aanpassingen aan de woning noodzakelijk werden en er een nieuwe brug gebouwd moest worden om de garage weer bereikbaar te maken.
Tevens werd besloten tot sloop van een hoge toegangspoort aan het Kruisbroedersstraatje omdat die het zicht op de apsis van de Catharinakerk ontnam.
Het herstel van de funderingen, opgaande muren en de aansluitende brug onder het Kruisbroedersstraatje was slechts een klein gedeelte van de noodzakelijke werkzaamheden. In 1985 werd het gedeelte onder de panden Kruisbroedersstraatje 4-12 onder handen genomen waarna in 1989 het tweede gedeelte vananf het Kruisbroedersstraatje tot de Spinhuiswal werd gerealiseerd.
De Binnenhaven
Na de uitbreiding van de oude binnenstad in het begin van de 14e eeuw kwam de Vughterstroom binnen de tweede ommuring van de stad te liggen. Het gedeelte van de Vughterstroom vanaf de Visstraat ontwikkelde zich tot de Binnenhaven. Uit bronnen is gebleken dat de brug in de Visstraat al in 1356 bestond.
In 1406 werd er al melding gemaakt van de aanwezigheid van een loskraan langs de haven en omstreeks die tijd werden de eerste kademuren aan de linkerzijde van de Binnendieze gebouwd. Dit was het begin van het onstaan van de Brede Haven.
Door instorting van de economie rond 1579 kwam de economische groei tijdelijk tot stilstand. Omstreeks 1634 werd de capaciteit van de Binnenhaven weer sterk uitgebreid door de bouw van kademuren aan de rechterzijde van de haven tussen de Visstraat en het Bokhovenstraatje en was het begin van deSmalle Haven een feit. Voordat deze kademuren werden gebouwd liepen de achtererven van de panden aan de Orthenstraat door tot aan de Binnenhaven.
Na 1640 ontwikkelde zich de scheepvaart in een rap tempo en de drukte werd zelfs zo groot dat schepen buiten de waterpoort "Aen den Boom" moesten aanleggen, en soms dagen wachten, omdat er in de haven geen plaats was. De naam Boombrug voor de nog steeds aanwezige brug aan het eind van de Binnenhaven mag dan ook geen verrassing heten.
Tijdens uitgevoerd onderzoek naar de noodzakelijkheid van restauratiewerken aan de kademuren van de Binnenhaven is gebleken dat er geen sprake was van funderingsproblemen. De optredende scheurvorming was een tekort aan dilataties als gevolg van het uitgevoerde herstel in 1933 waarbij te lange muurvlakken waren gemaakt, hierdoor ontstonden er spanningen in het metselwerk welke tot scheurvorming leidden. Het probleem van de scheurvorming is nu opgelost door het alsnog aanbrengen van de nodige dilataties in het metselwerk.
Sluizen en Stuwen
Een van de eerste vereisten om de groei en bloei van een middeleeuwse stad te waarborgen was een constante aanvoer van voedsel en grondstoffen. Het was dan ook een zaak van grote betekenis om de rivieren waarover de produkten vervoerd werden bevaarbaar te houden. Het handhaven van de bevaarbaarheid werd bereikt door het in vakken verdelen van een bevaarbaar te maken riviergedeelte en deze vakken vervolgens af te sluiten met stuwen en sluizen. Door een rivier zo te kanaliseren bevorderde men de bevaarbaarheid aanzienlijk.
Binnen de eerste ommuring van de stad stroomde de Marktstroom als eerste tak van de Binnendieze en deze werd gebruikt als binnenhaven. De stadsuitbreiding in het begin van de 14e eeuw vergootte de oppervlakte van de stad van ca. 9 naar ca. 100 hectare. Kilometers natuurlijke rivierbeddingen werden daarmee binnen de vesting gebracht.
Hekels die dienden om de toevoer van het water naar de stad te regelen waren de nu nog aanwezige Groote Hekel aan de Hekellaan en de Kruisbroedershekel aan de Spinhuiswal alsmede de inmiddels verdwenen Kleine Hekel nabij de brug over Sluis 0 en de inmiddels eveneens verdwenen St. Corneliushekel aan het begin van de in 1955 gedempte Parkstroom.
Het stelsel van waterlopen breidde zich uit door het graven van nieuwe verbindingen. Stuwen waren noodzakelijk om de waterstanden in dit stelsel te handhaven. Voor de handhaving van het waterpeil in de Binnendieze wordt gebruik gemaakt van de volgende sluizen en stuwen:
1. De in 1678 gebouwde en in 1975 gerestaureerde Geertruisluis gelegen achter de panden aan de Orthenstraat.
2. De Korenbrugstuw in de Vughterstroom nabij de Korenbrugstraat, daterend uit 1735 en voor het laatst in 1975 hersteld.
3. De eerste Vughterstuw met overlaat en brug werd gebouwd in de periode 1881-1882 waarna in 1928 de gehele constructie door een nieuwe werd vervangen. Deze werd vervolgens in 1944 door de Duitsers opgeblazen. In overleg met het Waterschap de Dommel heeft het Gemeentebestuur in 1991 besloten om de stuw onder de Vughterbrug te vervangen, dit werk was gereed in januari 1993.
De Singelgracht
De Singelgracht is van oorsprong een vestinggracht en is gelegen langs de zuidzijde van de vestingstad 's-Hertogenboschen. De Singelgracht stroomt vanaf de aansluiting op de rivier de Dommel bij de Vughterstuw langs de Parklaan, Spinhuiswal en Zuidwal om bij de in 1880 gebouwde Hekelsluis aan de Hekellaan in de Binnendieze te stromen.
Achter de Hekelsluis ligt de De Groote Hekel - ook wel De Drie Heeckelen of de Waterpoort bij de Volderstrappen genoemd, deze wordt voor het eerst vermeld in 1399 en was de inlaat voor de hoofdstroom van de Dommel op de Binnendieze.
Sinds het gereedkomen van het bij de Hekelsluis gebouwde stoomgemaal was men sinds 1884 in staat om de waterstand van de Binnendieze naar wens te reguleren. Na de Tweede Wereldoorlog is dit stoomgemaal buiten gebruik gesteld en uiteindelijk gesloopt.
Tijdens de restauratie van de Binnendieze bleek de in 1880 gebouwde Hekelsluis in een dermate slechte toestand te verkeren dat men besloten heeft tot restauratie over te gaan. Deze restauratie werd vervolgens in 1998 dan ook daadwerkelijk uitgevoerd.
Door de aanleg van de nieuwe Kruisbroedershekel is een attractieve verbinding ontstaan tussen de Kerkstroom en de Singelgracht waardoor het mogelijk werd om een rondvaart over de Binnendieze te maken waarbij ook de Singelgracht kon worden betrokken. Zo ontstonden er mogelijkheden om alternatieve vaarroutes te ontwikkelen wat de touristische aantrekkelijkheid van de Binnendieze aanmerkelijk heeft vergroot.
Het laagste punt van de Singelgrachtdijk langs de Bossche Broek ligt op 4.80+ N.A.P. Als gevolg van de hoge waterstand begin 1995 heeft tegenover Bastion Vught op 30 januari 1995 om 21.,00 uur een dijkdoorbraak plaatsgevonden. Hierdoor overstroomde een gedeelte van de A2, die dwars door het Bossche Broek is aangelegd, en moest deze voor langere tijd voor het verkeer worden afgelsloten.
Boekenlijst
Meer informatie over deze rivier kunt u onder andere vinden in de volgende uitgaven:
Binnendieze
De Stadsrivier van 's-Hertogenbosch door Jan van Oudheusden - Waanders Uitgevers - Boekhandel Adr. Heinen - ISBN 90-400-9814
's-Hertogenbosch binnen de Veste
Bouwhistorie en Cultuur 's-Hertogenbosch deel 3 door Frans van Gaal en Peter Verhagen - Adr. Heinen Uitgevers - ISBN 90-70706-31-8
De Binnendieze van 's-Hertogenbosch
800 jaar geschiedenis 25 jaar restauratie door Peter Verhagen - Waanders Uitgevers - Boekhandel Adr. Heinen - ISBN 90-400-9243-5 (Helaas uitverkocht).
